Hier vindt u de Gratis amuse!

We hebben de 50.000 verkopen aangetikt en gaan in herdruk! Afgelopen jaar zijn er 50.000 amuses van ‘Nooit Af in het Onderwijs‘ verkocht. Gebruikt bij sessies, lezingen en teamvergaderingen. Door leraren, beleidsmakers en ouders met kinderen op school. In maart van dit jaar vertaalden we het amuseboekje in het Engels, zodat het mee kon op een werkreis naar Schotland (met het SRVO). Ons ‘grote’ boek ligt ondertussen bij de redactie om nagekeken te worden. Annette heeft net het audioboek van de amuse ingesproken En er komt een verrassingsboekje aan binnenkort! We zijn blij!

Hieronder vindt u de hele tekst zoals die ook in het amuseboekje ‘Nooit Af in het Onderwijs’ verscheen. We hopen dat het u inspireert en op ideeën brengt om uw organisatie op easycratische wijze in te richten en vorm te geven. Veel leesplezier!

Schermafbeelding 2017-10-01 om 17.04.14

NOOIT AF IN HET ONDERWIJS. 

Easycratie. De titel van het boek dat Martijn Aslander en Erwin Witteveen in 2010 samen schreven. Het toonde de tegenhanger van bureaucratische processen die stroperig en traag op gang komen en meer dan eens blijven hangen in een debat rond geld, macht en papier. ‘Als je dat geld en papier weg haalt,’ stelden de heren, ‘dan valt de macht weg en is er doorgang voor de organisatie om succesvol en gemakkelijk tot stand te komen.’ Tientallen voorbeelden brachten ze aan het licht, veroorzaakt door technologie binnen de huidige netwerksamenleving. Ze noemden het Easycratie. Eind 2015 volgde ‘Nooit Af‘. Een boek dat voortborduurde op principes uit Easycratie, maar daar tevens het hele maatschappelijke veld nauw in betrok. Het boek domineerde de leeslijsten en zet hele volksstammen bij de overheid, bedrijven en instellingen in beweging. Hoogste tijd om in te zoomen per maatschappelijk veld: te beginnen bij het onderwijs.

Inzoomen…
Juf Sara deelt potloden en nieuwe gummen uit. Op haar tafel liggen de toetsen klaar. ‘BL M4’ staat er op: Begrijpend Lezen groep 4. Luuk schuift op zijn stoel. Zijn handpalmen klam en zijn voorhoofd bezweet. ‘Het valt allemaal mee, Luuk’, hoort hij juf Sara fluisteren. ‘En je bent een slimme jongen!’. Maar Luuk luistert al niet meer…

Uitzoomen…
In een kantoor op de twaalfde verdieping van een gebouw in Den Haag komen verschillende deskundigen samen. Beleidsmakers, wetenschappers, leraren en politici. Ze debatteren over toetsen. Met documenten vol wijsheid. Over de wijze waarop het Leerlingvolgsysteem (LVS) opgebouwd dient te zijn. ‘Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met monitoren’, oppert iemand. De anderen knikken, een enkeling houdt wijs zijn mond…

Inzoomen…
Daphne studeert robotica en mechatronica op het MBO in Limburg. Eigenlijk wil ze auto’s repareren, maar haar decaan zei dat daar in de toekomst geen werk meer in te vinden is. Elektrische auto’s hebben nou eenmaal minder bewegende deeltjes dan mechanische auto’s, waardoor ze minder slijten. Haar vriendin Kylie hoorde hetzelfde toen ze bij de studie secretaresse ging kijken. Die doet daarom nu maar een studie hospitality. Haar ouders willen dat ze ‘een papiertje’ haalt…

Uitzoomen…
Bijna 300.000 jonge mensen worden opgeleid voor banen die straks niet meer bestaan. Iets waar we meestal niet bij stil staan (gelukkig maar!) maar dat zeker wel te gebeuren staat. Stel je een dergelijke beweging voor zoals honderd jaar geleden; toen er nog banen waren als lantaarnaansteker, brugwachter of spinster. Beroepen die we ons nu ook niet meer voor kunnen stellen, behalve als we op de braderie in Deventer oude ambachten en gehaakte kleedjes tegenkomen. En hoe de omscholing toen geregeld is, daarover zwijgen de annalen.

Inzoomen…
Michiel is docent wiskunde op een vwo/gymnasium in de Randstad. Dit jaar geeft hij les aan vier eindexamenklassen: Honderdzeven leerlingen. Maar Michael is meer tijd kwijt met elektronische registraties in het LVS, het herstellen van administratieve fouten en regelen van digitale middelen (lees: computers), dan met het oplossen van wiskundige puzzels met zijn leerlingen. Bovendien mag hij niks nabespreken: Het eindexamen is digitaal geworden, maar de school heeft nog niet uitgevogeld hoe je aan middelen kunt komen om alle leerlingen tegelijk het examen te laten maken. Daarom blijven alle opgaven geheim…

Uitzoomen…
In het amuse boekje dat voor u ligt voeren we een ‘veldverkenning’ rond alle bureaucratische onnodigheden in het Nederlandse onderwijsveld: Van basisschool tot universiteit, van educatieve uitgevers tot open source digitaal innoveren, van beleidsmakers tot student. En alle nuances daarbinnen. Wat speelt er eigenlijk in dat onderwijsveld? Veel, ontdekten wij. Antwoorden vragen meer ruimte dan de 5.000 woorden die we hier tot onze beschikking hebben. Dat doen we in ‘Nooit Af in het Onderwijs‘ dat deze winter uitkomt. Maar we hopen u in ieder geval te inspireren tot een begin dat u zelf al maken kunt.

HET DOEL EN DE MIDDELEN.
Om de school heen zoemen dagelijks honderden organisaties. Ze zetten producten en diensten in de markt die het de school simpeler en gezelliger zouden moet maken. Of dat waar is weten we niet. En of de school er optimaal gebruik van maakt, mogen ze ook zelf bepalen uiteraard. Echter, het maken van een heldere keuze kost tijd. En tijd is geld. Zelfs bínnen de school. Want als de aandacht naar de verkeerde zaken gaat, het onderwijs haar lijn verliest en het prestatieniveau daalt, daalt ook de bankrekening. Jazeker; scholen worden deels afgerekend op eindprestaties, in plaats van op ontwikkelingsprocessen die ze dagelijks in gang zetten. Slechte prestaties leiden naar een slechte naam. Een slechte naam leidt naar minder leerlingen. Minder leerlingen leidt naar minder geld. Minder geld leidt naar een hogere werkdruk, waardoor de aandacht van iedere betrokkene in school, uiteindelijk op de verkeerde plek ligt; toetsen, administratie en uitvoering van beleid spelen een te grote hoofdrol in het reilen en zeilen van de school (vaak besloten door bestuurders die geen idee hebben wie Daphne en Kylie precies zijn). Prestaties die wèl iets vertellen over hoe goed Luuk zijn ‘BL M4 cito toets’ heeft gemaakt afgelopen januari, maar niks zeggen over zijn klamme handjes, zijn bezwete voorhoofd en zijn nieuwe gum (die juf Sara trouwens uit haar eigen portemonnee betaalde, omdat de gummen in het magazijn weer op waren).

Het is complex, vind u niet? Maar hoe bepaal je eigenlijk hoe het met je afnemers en stakeholders gaat? (lees; leerlingen, studenten en indirect de financierende ouders burgers). En kunnen ‘afnemers’ realistisch naar zichzelf en hun educatie kijken, of hebben we daar voortdurend tien-minuten-gesprekken voor nodig? Welke hybride vorm doet recht aan alle spelers in het veld? Heeft er iemand überhaupt zicht op alles dat ons nog te wachten staat in een samenleving die sneller verandert dan het licht? Onmogelijke vragen waar allerlei overheidsinstanties elke nieuwe termijn tientallen goedbedoelde clubjes voor oprichten. Die clubjes leveren na maanden vergaderen, schrijven, denken, praten en weer schrijven een dik pak papier. Op momenten dat de realiteit de gedachten natuurlijk allang weer ingehaald heeft. Conclusies blijven abstract en spreken elkaar meermaals tegen. Er komen kastjes en muren, maar geen oplossingen: Hoezee voor bureaucratie!

Met elkaar van gedachten wisselen en open staan voor onderzoek en experiment is belangrijk, dat vinden wij ook. Het is niet voor niets dat het Rijnlands denken zo populair blijft. Het ridicule van al die pakken papier is helaas, dat de inkt als uitgehakte letters in kleitabletten vereeuwigd is, en niets meer met ontwikkeling van jonge mensen te maken heeft. Zelden zie je een stuk eindigen met de woorden ‘Dit is nog niet af. Maar we doen ons best om zo goed mogelijk in contact en bij de tijd te blijven. U hoort snel weer van ons!’ En zodra iemand durft te zeggen dat we het nu even niet weten, wordt er ergens anders geroepen dat er met leerlingen niet geëxperimenteerd mag worden; een voortreffelijk recept voor stilstaand water.

De mens wil zekerheden. Heel begrijpelijk overigens. Niemand heeft zin om ’s ochtends op te staan en zich dan maar weer te laten overvallen door allerlei toevalligheden. Enig overzicht is handig. Gerustgesteld willen we worden, door de politiek en de leiders van ons land. Maar slaan we niet een beetje door in onze regelzucht? De Grote Middengroep met deze instelling beslaat om en nabij 70%. Goede burgers die dagelijks, ingezoomd, hun stinkende best doen om er weer een mooie dag van te maken. De grote vragen laten ze over aan de politiek. Dat dat systeem echt niet meer werkt en er nieuwe organisatievormen nodig zijn, vertelt niemand ze erbij. Daarom doen wij het hier maar even.

DE KANSKAART.
Grote Bewegingen gaan gepaard met chaos. Zo zagen wij in het voorjaar van 2017 opeens een prachtige kans ontstaan toen het kabinet demissionair raakte en op datzelfde ogenblik ongeveer 43.000 leraren zich verenigden in een facebookgroep, omdat ze ‘het’ zat waren (het: gebrek aan waardering en werkdruk). Betere grond voor een kanteling kan je niet hebben. Maar net als bij Monopolie weet je nooit of de kanskaart goed of minder goed voor je uitpakt. Wat we bij de leraren in deze situatie even over het hoofd zagen, was de cultuur waarin ze al decennia lang zijn ondergedompeld: A willen, maar B moeten doen. Niet alle leraren natuurlijk, want wij kennen er gelukkig een heleboel die op de barricades staan en inspirerende professionals zijn! Maar laten we ook eerlijk zijn: enkel je stem verheffen is niet meer genoeg op het moment dat administratieve regelgeving, controledruk en angstpolitiek hoogtijdagen vieren. ‘Klagen en tegelijk hetzelfde blijven doen, is het toppunt van domheid’, zei een wijze geleerde ooit. Niet verrassend dus dat de politiek in den beginne enigszins laconiek reageerde op de dreigementen van de lerarengroep, die zich ondertussen verzameld had onder de naam ‘PO in Actie’.

Wat er daarna gebeurde fascineerde ons, easycratisch denkende mensen. Als krachtige bottom-up beweging bleef de kopploeg autonoom en transformeerde net-niet in een geïnstitutionaliseerde organisatie. De onderwijsvakbonden vlogen namelijk als vliegen om de strooppot, door deze onverwachte zwerm. Iets dat vaak gebeurt na aanleiding van succesvolle burger- (leraren)initiatieven. Gezamenlijk kondigden ze een zogenoemde ‘prikactie’ op het Malieveld aan, waarbij de basisscholen het eerste lesuur dicht waren. ‘Kom niet met slingers en Jip en Janneke outfits! We willen maatschappelijk draagvlak creëren.’ riepen ze nog. Maar het kwaad was al geschied. Door terug te vallen op het bekende Malieveld, ging ook de achterban over op dat wat ze al kenden: Een herhaling van wat we in 2001 en 2012, bij gelijke acties van het onderwijs zagen. Een speldenprik, die bijna niemand zich meer herinneren kan. Maar zoals zo vaak kan de werkelijkheid het verleden inhalen en is het jaar nog niet om. Het is namelijk niet ondenkbaar dat bij het te persen gaan van dit boek de speldenprik een doodsteek bleek te zijn…

Al bevindt het onderwijs zich in het maatschappelijk domein en zijn we allen eigenaar, de meeste betrokkenen wijzen oordelend naar elkaar. De overheid wijst naar besturen. Besturen wijzen naar leraren. De leraren wijzen naar directies. Directies wijzen naar de politiek. Ouders wijzen naar de school. De school wijst naar de maatschappij. De progressieven wijzen naar de conservatieven. De wetenschappers naar de flierefluiters. En overal is het vice versa. Een hoop wijze(nde) mensen bij elkaar; recipe for disaster.

In ‘Nooit Af in het Onderwijs’ geven we ze allemaal gelijk! We pretenderen niet eenzijdige oplossingen in ons bezit te hebben voor dit systemische vraagstuk. We bieden enkel een denkrichting en voegen daar de meest easycratische voorbeelden en antwoorden aan toe, om aan te tonen dat het oude paradigma geen dienst meer doet in onze huidige informatie- en netwerk samenleving en we gezamenlijk naar nieuwe antwoorden moeten kijken. Kennis en vaardigheden zijn op allerlei plekken te vinden. Altijd al, maar nu meer dan ooit. Dankzij technologie zijn grenzen vervaagd en hebben we kanskaarten in overvloed. We weten alleen nog niet altijd precies welke kaarten we in handen hebben en hoe we ze moeten hanteren. En dat geeft niet. Maar als we doen wat we deden, krijgen we wat we altijd kregen. Dus zullen we nieuwe mogelijkheden moeten onderzoeken, en vermoedelijk liggen die niet op het Malieveld. Google maar eens op het ontstaan van het Malieveld. Dat blijkt niet heel vruchtbare grond te zijn…

ALS METEN EEN MAAT WORDT.
En hoe moet het dan verder met die toets van Luuk? Meten is fantastisch, vinden wij. Het vertelt je hoe de ontwikkeling van het één of ander loopt. Een piketpaaltje van waaruit je een beeld krijgt op de rest van het traject. Onderweg naar het volgende paaltje, waar dat dan ook staan mag. Niks op aan te merken! Doen we zelf ook met dit boekje: Steeds een stukje erbij, checken, gummen en weer verder puzzelen. De trial-and-error-methodiek noemen we dat.

Het gaat natuurlijk een beetje mis wanneer we oordelen en harde conclusies zouden toedichten aan onze metingen. Waardoor we wellicht ontmoedigd of zelfs gedemotiveerd zouden kunnen raken (en in het ergste geval gevangen in één van de beroemde V’s: vechten, vluchten, vermijden en veinzen.) Dan zou dit boekje er nooit komen, of in ieder geval nog heel lang op zich laten wachten. Als Luuk elk jaar te horen krijgt dat er lange termijn consequenties zijn voor vluchtige momentopnames, zoals de BL M4 toets bij juf Sara in de klas, dan kunnen we er van uit gaan dat hij tien jaar later wel mooi uitkijkt zulke situaties nog eens op te zoeken. Pff. Maar, stel dat we alle toetsen formatief maken. Of vervangen voor zogenoemde ‘quizjes’. En we voegen daar wat elementen van gamification en AR aan toe, zoals Pokemon Go en World of Warcraft dat doen. Dan verbinden we nieuwe semantiek aan de mogelijkheden van digitalisering en meten tevens dat wat we weten willen. We vragen ons af hoe gemotiveerd en ontspannen Luuk dan zou zijn… Volgens ons biedt dit een beter uitgangspunt om een realistische meting te doen van zijn cognitieve ontwikkeling, dan een situatie met klamme handjes. Het leven binnen en buiten de school biedt de leerling en student genoeg andere momenten om met subjectieve weerstand om te leren gaan.

Op het moment dat meten een maat wordt waar we enkel ‘goed’ of ‘fout’ aan hangen, wordt het resultaat belangrijker dan het proces. Handig als je moet afrijden, de verkeersregels moet kennen, een open hartoperatie moet verzorgen of met nucleair materiaal werken. Maar reuze onhandig als je in een leerproces van A naar B zit en voortdurend afgerekend wordt op je laatste resultaat. En dat er dan ook nog even meteen wat voorschotjes op je toekomst worden genomen. We kennen allemaal de parabel van de schildpad en de haas. Op een mooie dag…

Dus hoe het idee ontstaan is dat we allemaal op hetzelfde moment op hetzelfde niveau moeten zijn? Veel logischer is het als het voortgezet onderwijs zichzelf inricht op een flexibelere manier. Waarbij leerlingen slagen per vak en zich gepersonaliseerd verder kunnen ontwikkelen, totdat ze – binnen de school – een kwintet of sextet aan vakken hebben gehaald en door kunnen stromen naar het MBO/HBO of WO. Het patent op leren lag immers al nooit bij de school. Ai. We horen het u al denken: Moeten we nu weer veranderen? De afgelopen twintig jaar is er in de onderwijssector vaker veranderd van beleid dan van schone sokken. We snappen dat het vermoeiend is als het huis voortdurend naar Persil ruikt, maar… you’ll get the point.

Bovendien hoeft er inhoudelijk niet eens zoveel te veranderen. Want, wacht eens even: Op het volwassenonderwijs kan je al jaren per vak je diploma halen! Je hoeft die mensen alleen maar om tips te vragen en de implementatie is al bijna klaar. De obstakels zitten enkel in ons bureaucratisch voorgevormde brein. Een mindset kwestie: Een logistieke omschakeling kost nauwelijks tijd en geld, zelfs als het voor een miljoen schoolgaande tieners is. Mentaal heeft het iets meer voeten in de aarde, maar als dat ruimte bij het ontwikkelingsproces van onze leerlingen oplevert is het een overweging zeker waard. Een ander veel gemaakt argument tegen de flexibilisering van diploma’s is, de enorme moeite die het zou kosten om verschillende examens te maken. Echter, als je de intervallen gelijk houdt en leerlingen vrij roostert voor de vakken die ze al gehaald hebben, is ook dit argument niet steekhoudend. Een ontwikkelingsgericht portfolio doet dan de rest. Het lijkt ons zelfs geen slecht idee om er een zakje persoonsgebonden lesgeld aan te verbinden. Via een leuke digitale rekening bij BunQ, de blockchain of iets dergelijks. Daarmee hebben we de kerndoelen van financiële competenties in het curriculum trouwens ook meteen ondervangen. Maar zoals we al eerder zeiden – dit zijn enkel denkrichtingen. In ‘Nooit Af in het Onderwijs’ gaan we hier veel uitgebreider op in.

ONS KENT ONS OF VERMOMDE OLIGARCHEN.
Hoe zijn we hier gekomen? En hoe kan het dat een slimme en onderwezen doelgroep zich enigszins schaaps opstelt? Een groot deel van het antwoord ligt in de geschiedenis: In 1968 werd de mammoetwet van kracht. Dit was het eerste signaal van exponentiële schaalvergroting in het onderwijs: Alle Nederlandse kinderen moesten naar school. Dit resulteerde in duizenden extra leraren. Maar bij meerdere scholen horen ook meer directies. Deze trend zette zich in de jaren tachtig en negentig door, zonder dat het onderwijs zich in oorsprong ooit bezig had gehouden met het voeren van goed management. Stelt u zich eens voor, een provinciaals dorp waar de Hoofdmeester er opeens complexe taken bij kreeg en geacht werd vervolgens een helder meerjarenbeleid neer te zetten. Terwijl hij ondertussen ook nog beste vrienden was met zijn teamleden. Dat ging niet. Dat paste niet. Goede Hoofdmeesters zijn in de regel niet meteen ook goede managers.

In de beginjaren van het mode fenomeen ‘managen’ zag je in onderwijsland voornamelijk mensen die met één been voor de klas stonden en met het andere in de directiekamer. Meestal mensen met goede leiderschapskwaliteiten, maar stiekem incapabel om strategische beslissingen op beleidsniveau te maken. Op de lange termijn levert dit onzekere leiders. En onzekere leiders zijn sneller geneigd om ja-knikkers om zich heen te verzamelen dan kritische collegae. Dit leverde talloze vermomde oligarchen op: Organisaties die bij de gratie van vriendenclubjes bleven voortbestaan en deden of ze manager waren. Godzijdank zijn er de afgelopen twintig jaar genoeg van dit soort situaties door de mand gevallen, is de wereld transparanter geworden, wordt de boekhouding openlijk gedeeld en bestaan er opleidingen waar je kan leren hoe het wel moet. Maar deze erfenis, die jaren geleden in de vorige eeuw begon, is een serieus puzzelstukje binnen de hele onderwijspuzzel en levert systemische vertraging op. Het zal voor de geoefende lezer niet lang duren voordat het bruggetje naar het lerarenregister helder wordt. Dit register idee schijnt oorspronkelijk uit de jaren negentig te komen – warempel precies de periode waarin duidelijk werd dat vriendjespolitiek binnen het bestuurlijk apparaat van de scholen te troebel werd. Het lerarenregister zou autonomie en professionaliteit bij de leraar terugleggen (volgens het ministerie voortkomend uit een rapport uit 1993 ‘Een beroep met perspectief’ o.l.v. commissie van Es). Een formidabele en mooie intentie! Alleen een beetje jammer van de uitwerking. Twintig jaar na dato staat het register eindelijk op het punt van lancering. Duizenden leraren beleven binnenkort een primeur. Helaas, niet met een register vanuit autonomie en zelfregulering, maar op basis van controle en afstraffing. Wij weten het niet met u, maar wij hebben autonomie nog nooit ervaren aan de hand van drang en dwang van bovenaf… Een betere uitwerking op de goedbedoelde intenties zou alles behalve bureaucratisch van aard zijn. Al deed de bureaucratie haar werk in de vorige eeuw fantastisch, in tijden van verandering functioneren we beter aan de hand van gelijkwaardigheid, horizontale verbindingen en transparantie. Laat dat lerarenregister dus open en zelfregulerend zijn. Geef het een adviserende functie mee en laat lerarenteams en de maatschappij het corrigeren – mocht dat over vier jaar nog nodig zijn. De plannen zoals nu, waarbij directies hun werknemers controleren, zijn meer van wat we al kennen en in het verleden ook niet bleek te werken.

EEN APPELTJE VOOR DE DORST
Zodra we teveel voorschotjes op de toekomst nemen, raken we de draad kwijt. Niet meteen natuurlijk, maar als we onszelf eenmaal in de val van bureaucratie hebben gelokt is er geen ontkomen meer aan. Van doordachte stappen slaan we door naar de andere kant van het spectrum; in het doen van aannames en vooronderstellingen. Zeker in het chaotische tijdperk van vandaag waarbij systemen omvallen en de (bureaucratisch) controlerende macht wanhopig poogt de omvallende stukken weer aan elkaar te lijmen. Het is logisch dat we inzetten op wat we kennen, maar helpt het ons in een wereld die nooit af is? Blijft het bruikbaar als alles om ons heen voortdurend verandert en de verandering zelf ook blijft veranderen? Welke interventies doen dienst als de wereld een pretpark is waar je gratis toegang hebt tot alle attracties en nergens meer in de rij hoeft te staan? Dat het onderwijs zich vasthoudt aan oude organisatieparadigma’s inclusief de bijbehorende standaardisering, is heel begrijpelijk. Bovendien wordt ze deels financieel afgerekend op eerder genoemde toets resultaten. Dit complete systeem is nogal complex, daarom bewaren we de uitgebreide analyse voor het grote boek.

Een klein tipje van de sluier willen we oplichten, toen ons een recent verhaal ter ore kwam, waaruit bleek dat directies miljoenen euro’s als appeltjes voor de dorst bewaren. ‘Niemand weet wat het komende kabinet ons geeft.’ legde een onderwijsbestuurder aan ons uit. Vanuit die reactieve modus en een mentaliteit gebaseerd op tekort-denken leggen ze daarom nu fruittuinen vol financiële reserves aan. ‘Bovendien,’ ging de bestuurder verder ‘lopen elektronische kosten de spuigaten uit, met al die digiborden, notebooks en beamers.’ Wij werken niet bij de NUON en zien zelden elektra-rekeningen van grote bedrijven, maar we kunnen ons er iets bij voorstellen. Dat al die elektronische middelen niet de houdbaarheid van een krijtbord hebben, snappen we ook. En dat ze in oplagen van zo’n achttien klaslokalen per keer komen, maakt de rekensom al bijna examenwaardig. Veel bestuurders handelen echter vanuit transactie-denken binnen een oud paradigma, met begrotingen die vanuit schaarste opgesteld zijn. Digitalisering is here to stay en zal in de toekomst alleen maar goedkoper in aanschaf en gebruik worden.

Een snelle calculatie laat zien dat er vele wegen naar Rome zijn en scholen op allerlei manieren hun organisaties financieel gezond(er) kunnen maken voor de toekomst, mits ze gebruik maken van meerdere bronnen, naast geld alleen. Wij zijn zelfs al een scholengroep tegenkomen die hun leraren 1,9% méér salaris kan uitbetalen, omdat ze in andere lagen bezuinigd hebben. Alles staat of valt bij je manier van kijken. Waarom zou je afhankelijk zijn van de financiering van een overheid als je het ook zelf kan? Zo zijn er ook een paar prachtige voorbeelden van onderwijsinstellingen die zich als zorgaanbieder profileren en daardoor opeens toegang hebben tot hele andere geldstromen. Of een ander voorbeeld: Als alle 170.000 leraren, die maandelijks een netto tientje aan een vakbond of vakvereniging storten, dat in een teambreed scholingspotje doen, gaat er opeens een wereld aan mogelijkheden open: Een manier om eigenaarschap en eigen ontwikkeling binnen de school te vergroten. Trouwens, de schijnzekerheid die een vakbond vandaag de dag nog biedt, kan wat betreft de rechtsbijstandsverzekering zelfs door de HEMA opgevangen worden. Daarnaast zijn er rechtenfaculteiten en rechtswinkels waar de hulp beter dan gemiddeld is en die kunnen bijstaan in informatieverstrekking. En de CAO onderhandelingen? Die kunnen via slimme digitale codes geregeld worden. Een veld met 250.000 leraren heeft heus de talenten in huis om dat in een peulenschil te regelen! Als bijna 50.000 leraren zich via sociale media kunnen mobiliseren, dan kunnen ze veel meer dan dat. Dat vertrouwen hebben we!

Een andere grote kostenpost waar onderwijsorganisaties flink op kunnen besparen zijn de educatieve middelen [we realiseren ons dat dit als vloeken in de kerk is]. Dat zit zo: Scholen (vooral het primair, voortgezet en middelbaar onderwijs) hebben contracten lopen met educatieve uitgevers. Stevige contracten, met kleine lettertjes en daaronder nog meer kleine lettertjes. De lettertjes zijn zelfs zo klein dat menig onderwijsinstituut geen idee heeft hoe de vork werkelijk in de steel zit. Ons advies: Volg de geldstromen, dan ontdek je verbanden die je niet voor mogelijk hield. Een educatieve uitgever is een marktgerichte, commerciële ondernemer. Met dank aan de kenniseconomie in de twintigste eeuw was het voor educatieve uitgevers mogelijk om zich voor te doen als verkapte monopolie. Kennis werd beschermd, leerlijnen en didactische werkvormen werden auteursrechtelijk vastgelegd. Een slimme verbinding hierbij was, dat educatieve uitgeverijen samenwerkingen met overheidsinstituties aan gingen. ‘Ons lesboek sluit aan bij de toetsen!’ adverteerden ze. De overheidsinstituties maakten hier op hun beurt dankbaar gebruik van om de toetscultuur te verstevigen. We hebben al eerder gezien dat scholen door de overheid beoordeeld en (deels) afgerekend worden op hun toets resultaten. Scholen kochten dus (te) dure leermiddelen in bij educatieve uitgeverijen, in de veronderstelling dat dit de kwaliteit en inhoud van hun onderwijs zou verbeteren en op z’n minst stabiel zou houden. De educatieve uitgeverijen ondertussen – we noemen even de grote vijf: Malmberg, Thieme-Meulenhoff, Noordhoff, Zwijsen en EduActief – voegden langlopende, generatie durende afname contracten toe. Saillant detail daarbij is dat deze ‘big five’ ongeveer 80% van alle lesmethoden in Nederland voor hun rekening neemt. Voor zover wij konden nagaan gaat hier een klein miljard euro in om. Best een boel. Wellicht doen ze hier achter de schermen hele zinnige dingen mee, maar dat hebben we niet kunnen achterhalen. Toch vinden wij dat in een wereld die naar overvloed en open source gaat, dit verdienmodel ten dode opgeschreven is. Scholen zaten en zitten nog steeds als jonge harinkjes in een tonnetje gevangen. Kom er dan nog maar eens uit. De scholen die krachtig genoeg zijn om te ontsnappen uit deze geoliede constructie, ontmoeten vervolgens een andere uitdaging: Slimme, jonge start-ups die gretig op het probleem inspelen door leermiddelen aan te bieden nèt onder de prijs van de grote marktspelers. Dit misbruiken ze onder hypes zoals ‘21th century skills’ ‘blended learning’, ‘scrum’ etc. Termen die prima dienst doen als transitievoertuig, maar vervuild raken door commercie. Zo belanden scholen van het ene tonnetje in het andere. We realiseren ons dat de educatieve visvijver een zéér lucratieve is voor terugkerende omzet is, maar pleiten er sterk voor om zo snel mogelijk die visvergunningen in te trekken…

MOET ALLES DAN ANDERS!?

Ja.

ECHT?

Nee hoor. Niet echt. Maar wel een beetje. Je moet het kind niet met het badwater weggooien, da’s zonde van je water.

DIGITALISERING IS HERE TO STAY.
We hebben hier te weinig woorden om alle ins- en outs rondom digitalisering en onderwijs van de juiste waarde te voldoen (die houdt u van ons tegoed in ‘Nooit Af in het Onderwijs’). Teveel experts, wetenschappers en ervaringsdeskundigen buigen zich over een vraagstuk waar niemand van ons al werkelijk een zinnig antwoord op geven kan. We weten het niet. We kúnnen het niet weten, want de eerste generatie die volledig met de digitale wereld opgroeit, is nog kind. Pas over een jaar of tien beginnen de grote gevolgen zichtbaar te worden. Maar in plaats van dit gewoon hardop uit te spreken, buitelen deskundigen over elkaar heen met volstrekt tegengestelde opvattingen.

Wat weten we al wel? We weten dat er veel kennis en kunde beschikbaar is op internet. En ook veel onzin. Dus zijn er vaardigheden nodig om op een slimme en efficiënte manier de juiste informatie te vinden en toepasbaar te maken. We weten ook dat niet alle informatie te vertrouwen is (dat geldt overigens ook voor sommige informatie in onderwijsboeken). En we weten dat er miljarden digitale leermiddelen te bouwen zijn. Zelfs door eenlingen groots te maken, zoals meneer Kahn deed. Diezelfde leermiddelen kunnen ons helpen het leven veel eenvoudiger te maken. De exclusiviteit die de school jaren lang had op educatief lesmateriaal, is voorgoed weggevaagd toen het wereldwijde web poot aan de grond zette: Je kan overal ter wereld je computer openslaan en in je eigen taal een spelletje wordfeud doen, de krant lezen en recepten zoeken. Je kan apps downloaden om talen te leren, wijnen, planten of muziek te herkennen en spullen te bestellen of te ruilen. Er zijn educatieve en sociale programma’s die dankzij hun digitale werking het leven gelijkwaardig maken voor miljoenen mensen. The digital world is here to stay.

Je kan er natuurlijk flink over klagen, maar ondertussen gaat deze ontwikkeling gewoon door op een tempo dat voortdurend versnelt. Ruwweg zijn hier twee wegen in te bewandelen: Je bant alles uit je klaslokaal (hier zijn sterke pedagogische argumenten voor te bedenken), of je erkent de maatschappelijke tendens en leert zeilen hoog aan de wind (ook hier zijn goede pedagogische argumenten voor te benoemen). Wij van Nooit-Af vatten het liefst de koe bij de horens, maar dat had u waarschijnlijk al verwacht. Het is de enige manier om er achter te komen hoe iets werkt, of het werkt en welke handleiding daarbij hoort. Wederom: Trial-and-error. Een mooi voorbeeld is het gebruik van het woordenboek; op het voortgezet onderwijs vaak een crime voor elke beginnende leerling. Eén voor Nederlands, twee voor Engels, twee voor een andere taal en als je pech hebt, nog twee extra. Herkent u dat beeld? Van die twaalfjarige leerling met de naar leer ruikende en veel te grote tas. Vol met boeken. Wist u dat die papieren woordenboeken niet meer nodig zijn? De beste woordenboeken zijn tegenwoordig ook digitaal te krijgen. Zelfs voor de helft van de prijs. En ze zijn er ook gratis. Dat scheelt al gauw drie kilo papier en vijftig euro. Past allemaal in de smartphone; samen met een kompas, gps systeem, rekenmachine, muziekspeler, videocamera, fototoestel, internet en de mogelijkheid om er nog van alles bij te vinden via apps. Dus als u denkt dat de uitdagingen alleen bij het digitaal communiceren liggen, zit u er naast. Een smartphone kan dienst doen als educatief leermiddel op talloze fronten. Mits we bereid zijn hier samen in te willen leren. Willen we het onderwijs van toegevoegde waarde laten blijven en tegelijkertijd de voordelen van digitalisering gebruiken, dan zullen we de focus moeten leggen op dat ene element dat geen computer ter wereld tot op heden bezit: Humaan gedrag.

EVEN ALLES OP EEN RIJTJE.
Pff. Hebben we u wellicht ontmoedigd en ontredderd? Vermoedelijk een beetje. Maar er is hoop. En het komt goed! De antwoorden liggen voor het oprapen en hangen steeds vaker als laag fruit aan de boom. In dit amuseboekje hebben we – met 5.000 woorden – te weinig ruimte om het fruit te beschrijven en mindshifts helder te maken. We maakten bewust de keuze om u mee te nemen in onze ‘veldverkenning’; door een breed beeld neer te leggen van allerlei zaken die op alle bestuurslagen en in alle onderwijsniveaus een rol spelen. U kunt natuurlijk zelf vandaag al beginnen!

EEN PAAR NOOIT-AF PRINCIPES.
1. In een wereld die sneller verandert dan de inkt van je plannen kan drogen, is het slim om elke oplossing tijdelijk te maken.
2. Een antwoord voor een vraagstuk in een veld, komt vaak uit een ander veld.
3. Ga dingen niet meer zelf doen als er hele volksstammen staan te popelen om je te helpen.
4. Werk volgens de Trial-and-Error methodiek.
5. En geef juf Sara in hemelsnaam genoeg gummen voor een heel schooljaar.

 

Colofon.

Copyleft. [alles in deze amuse mag u doorvertellen, fluisteren, zingen, kopiëren, natekenen, fotograferen en overnemen. U hoeft ons daar geen toestemming voor te vragen. Wel lief is om daar aan toe te voegen dat u het van ons heeft.]

Tekst: A. Dölle en M. Aslander
Gebaseerd op: ‘Nooit Af’, M. Aslander en E. Witteveen.
www.nooitafinhetonderwijs.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s